Beschadigde vloer of ondervloer vervangen

Verschenen op 19/03/2015 in de rubriek Interieur -> Vloeren

Begin de plinten en vloerbedekking weg te halen. Begin dan vanaf een kant van de kamer met het weghalen van de planken. Als het om groefplanken gaat, zaag of beitel dan de messing van de eerste plank, en trek de andere planken met koevoet of klauwhamer los. Leg een plaat multiplex of spaanplaat over de dwarsbalken als werkplatform. Als alle planken verwijderd zijn, controleer dan de dwarsbalken en de kruipruimte op rotting. Neem in dat geval een vakman in de arm.

Als u een nieuwe vloer legt van groefplanken, zorg dan dat de groeven op de juiste wijze passen. Zaag de planken op exacte lengte en klem de planken zo dicht mogelijk tegen elkaar. Ook vloerkwaliteit spaanplaat en multiplex kan gebruikt worden voor een vlakke ondervloer. Gebruik voor keukens en bad kamers de speciaal geimpregneerde soorten spaanplaat en multiplex.
Als groefplanken eenmaal gelegd zijn is het moeilijk om ze weer los te krijgen. Maak daarom toegangsluiken op de plaatsen waar men later eventueel bij afvoerpijpen kan komen. Zaag deze panelen zo af dat de zijden op de dwarsbalken rusten. Breng twee draagbalkjes aan tussen de dwarsbalken, zodat het paneel ook aan die kanten ondersteund wordt. Schroef het paneel vast zodat het later makkelijk verwijderd kan worden.

Het leggen van nieuwe messing- en groefplanken

1. Klemleggen van de planken.
Kies de meest rechte plank uit en schuif de messing stevig tegen de muur aan; spijker deze aan de muurzijde vast met koploze spijkers. Schuif vervolgens de volgende vijf planken aan, en klem ze stevig vast met twee wiggen tegen een tijdelijke klos op de vloerbalken, elk paar ongeveer een tot anderhalve meter van elkaar. Begin in het midden en sla met twee hamers de wiggen tegen elkaar tot de planken muurvast geklemd zijn; spijker de laatste plank dan vast op de vloerbalk. Doe dat ook op de plaatsen bij de andere wiggen, en haal dan klossen en wiggen weg. Nu kunt u de volgende vijf planken leggen. Herhaal deze werkwijze tot u bij de laatste twee planken bent gekomen.

2. Het leggen van de laatste planken.
Leg de laatste plank op haar plaats, en zaag dan een andere plank op maat om het overblijvende deel te vullen. Tik de messing in de groef van de voorlaatste plank. Sla vervolgens houten wiggen tussen de laatste plank en de muur, en spijker beide planken vast. De spleet tussen plank en muur wordt straks afgedekt door de plint.

Het leggen van een spaanplaat vloer

1. Markeren van de vloerbalken.
Teken de plaats van het midden van de vloerbalken op beide tegenoverliggende muren af. Als u vervolgens de spaanplaten legt, kunt u met potlood en werkliniaal deze plaatsen aftekenen op de spaanplaat. U kunt een touwtje spannen tussen de muren, waar u de spaanplaten onder schuift. Langs het touw kunt u de platen dan op de vloerbalken vastspijkeren.
Leg de spaanplaten in een onregelmatig patroon, de korte kanten parallel aan de vloerbalken. De naden zelf hoeven niet over de balken te lopen.

2. Vastzetten van de vloerdelen.
Gebruik 60 mm koploze spijkers of 50 mm verzonken schroeven om de 20 cm, om de spaanplaten vast te zetten. Als twee platen op elkaar sluiten op een dwarsbalk, sla dan de spijkers schuin in om het afsplinteren van de vloerbalk te voorkomen.