Isolatie van het dak

Verschenen op 02/08/2014 in de rubriek Ruwbouw -> Isolatie

Platte daken mogen uitsluitend aan de bovenzijde van het dakbeschot worden geïsoleerd. Isolatie aan de onderkant kan zeer ernstige condens veroorzaken. Om een plat dak te isoleren, wordt op de waterdichte laag een plaat harde geëxtrudeerde polystyreenschuim gelegd. Dit wordt ook wel een omgekeerd dak genoemd. Verwijder daarvoor het grind over slechts enkele m2, leg de platen neer en houd ze op hun plaats met het grind. Isoleer vervolgens de volgende paar m2, enzovoorts. Veeg nooit alle grind op één hoop: het gewicht op die ene plaats wordt dan te groot, met gevaar van instorting. Het grind beschermt het polystyreen-schuim tegen schadelijke inwerking van het zonlicht en als ballast tegen opwaaien en opdrijven. Op een plat dak waar oorspronkelijk geen grind op lag, kun je echter niet zomaar het extra gewicht van grind aanbrengen. De dakconstructie is daar waarschijnlijk niet op berekend. De grindlaag dient ± anderhalf maal de dikte van de isolatieplaat te bedragen met een minimum van 5 cm.
Een andere, maar meer ingrijpende methode is het nagelen of plakken van een isolatielaag op de bestaande dakbedekking, en het daaroverheen aanbrengen van een nieuwe dakbedekking. In dit geval is de keuze van isolatiemateriaal iets ruimer; het hoeft niet per se bestand te zijn tegen water. Voor een schuin dak dat bitumineus is afgewerkt, geldt hetzelfde; namelijk het aanbrengen van isolatie en dakbedekking over het bestaande dak.
Een met pannen bedekt dak, waarbij onder de pannen geen waterkerende folie is aangebracht, kan aan de onderzijde worden geïsoleerd. De plaats van de isolatielaag is hierbij niet belangrijk. Wil je de balken in het zicht houden, waardoor ook de beschikbare ruimte het grootst blijft, dan kun je isolatieplaten rechtstreeks tegen het dakbeschot aanbrengen.
Is de afstand tussen de gordingen groot, schroef dan halverwege een lat (niet spijkeren) ter ondersteuning van de afwerklaag. Deze afwerklaag bestaat meestal uit gipskartonplaat. Gipskartonplaat moet bij toepassing op het plafond wel vastgeschroefd worden, want vastnieten is geen brandveilige bevestiging. Er zijn zowel isolatieplaten van glaswol die aan één zijde wit en glad zijn afgewerkt in de handel, als isolatieplaten van steenwol die met jute zijn afgewerkt. Het isoleren en afwerken van de zolder gaat daarbij in één moeite door.
Een vlakke zolder krijg je door rachels te spijkeren. Eerst van nok tot vloer, over de gordingen heen, en circa 50 cm uit elkaar. De precieze breedte wordt bepaald door de te gebruiken isolatieplaten. Tegen de rachel bevestig je met nietjes een isolatiedeken, en vervolgens een dampremmende folie. Daarna kun je afwerken met bijvoorbeeld gipskartonplaat. Een pannendak, waarbij een waterkerende en dampremmende folie is aangebracht - zoals dichte plastic folie, aluminiumfolie of een asfaltbitumen-laag - moet aan de buitenkant worden geïsoleerd om condensproblemen te voorkomen