Het metselwerk van de ruwbouw

Verschenen op 09/10/2014 in de rubriek Ruwbouw -> Muren

Metselwerk bestaat uit stenen die op een bepaalde manier zijn gestapeld en onderling met specie muurvast met elkaar zijn verbonden. Metselspecie of mortel bestaat uit portlandcement (pc), rivierzand en water. Speciale toevoegingen zijn: kalk, dat de specie smeuïger maakt, en tras, dat het waterdicht maakt (trasraam). Voor een betere verwerkbaarheid bij koud weer worden daarnaast ook wel chemicaliën toegevoegd. De verhoudingen tussen de bestanddelen bepalen uiteindelijk de sterkte van de mortel. Ook de hardheid van de steen zelf is mede bepalend. De beide hardheden moeten namelijk overeenkomen. Een veel toegepaste mortel bestaat uit 1 pc en 3 z(and). Voor de doe-het-zelver is droge specie in handige zakken verkrijgbaar. Hieraan hoeft slechts water te worden toegevoegd, waardoor een plastische massa ontstaat.

Het metselverband
Om de muur de nodige sterkte en stabiliteit te geven, is het noodzakelijk om metselsteen in een zogenaamd metselverband te metselen. Hiervoor worden de verticale voegen – de stootvoegen –verspringend boven elkaar geplaatst. Vroeger werd veel gebruik gemaakt van kruisverband of kettingverband. Door de opkomst van halfsteens schoonwerk (zoals de spouwmuur) raakten enkele van deze verbanden helaas in onbruik. Hoewel de laatste tijd weer een kleine opleving valt te bespeuren. Daarnaast is het lijmen van steen in opkomst.

Halfsteenswerk
Vooral voor spouwmuren en schoonmetselwerk binnenshuis is halfsteensverband, klezoorverband en wild verband aan te bevelen.
Behalve dat alleen de voegen horen te verspringen, heeft wild verband geen bepaalde kenmerken. Wat voor elk stuk metselwerk geldt, is het voorkomen van zoveel mogelijk steenverlies: verwerk je bijvoorbeeld halve en driekwart (drieklezoor) stenen met elkaar, dan loop je het gevaar dat de andere helft niet meer bruikbaar is. Niet alleen de kundigheid van de metselaar speelt daarbij een rol, maar ook de structuur van de steen.
Daarom is halfsteensverband ideaal. Met uitzondering van de muurbeëindigingen, bijvoorbeeld bij kozijnen en andere openingen, zijn er geen halve stenen nodig. De stootvoeg verspringt steeds een halve steen.
Koppenverband (een kop is de korte kant van de steen) in halfsteenswerk leidt vaak tot verspilling, maar is wel bruikbaar (en ontworpen) voor een steensmuur. Ook kruisverband, waarbij drie lagen steen per steen een kruis vormen, vraagt veel koppen doordat in elke eerste en tweede laag veel koppen gebruikt worden. Fraai metselwerk komt ook tot stand door kettingverband en Vlaams verband toe te passen. Echt verrassend is natuurlijk het metselen van een ander verband dan het gebruikelijke halfsteens- of wild verband.

Het voegwerk
Zowel de stootvoeg als de lintvoeg (horizontale voeg) worden, nadat de verharde metselvoegen zijn uitgekrabt, afgewerkt met voegspecie. Deze voegspecie heeft - alleen al door de kleur - een aparte samenstelling en is meestal niet zo sterk als metselspecie. Daardoor kan de hechting minder goed zijn. In de winter bestaat het gevaar van uitvriezen: er dringt water in de voeg, en bij vorst duwt dit de voeg weg. Diep uitkrabben en volzetten met voegspecie is een goede remedie. De voeg kan plat-vol, verdiept en geknipt of gesneden toegepast worden. De laatste methode wordt vrijwel niet meer toegepast. Aan de onderkant van het metselwerk – even boven het maaiveld – wordt bij spouwmuren een aantal voegen opengehouden om
regenwater dat in de spouw gedrongen is gelegenheid te geven hier uit te treden.

Gelijmd metselwerk
Lijmen is een geheel andere benadering van het metselen. Een goede hechtsterkte tussen de stenen onderling is een eerste vereiste voor sterk metselwerk. Als alternatief is een andere metselmortel ontwikkeld. Deze kan bestaan uit de toevoeging van meer cement of een watervasthouder (waterretainer), waardoor geen afzuiging van water naar de poreuze steen plaatsvindt. Gelijmd metselwerk is qua constructie anders dan traditioneel metselwerk. Het stelt dan ook andere eisen aan steen en mortel. De dunne lijmvoeg heeft als voordelen dat de steen stabiel gestapeld wordt en dat die een grote inwendige trekkrachtcapaciteit heeft. Een voordeel is ook dat de ontwerper vrijer is in het plaatsen van de stootvoegen; deze mogen zonder meer pal boven elkaar liggen. Overigens is niet elke steen geschikt om te lijmen: hoe kantiger de steen, des te beter het resultaat.

Lagen- en koppenmaat
De kunst van het metselen bestaat deels uit een goede voorbereiding. Vooral schoon metselwerk vereist nauwkeurig maatwerk. Om de lagen zuiver recht en waterpas uit te voeren, heb je een metseldraad nodig. Deze wordt bevestigd aan profielen bij de uiteinden van de op te trekken muur. Op de profielen wordt de dikte van de lagen afgetekend. Deze lagenmaat bestaat uit de steendikte plus een lintvoeg. Sommige steensoorten vragen om een dunne voeg, andere om een dikkere, en dit dient van tevoren te worden bepaald. De maat wordt een aantal malen op een verdeellatje gezet en vervolgens overgebracht op de profielen.
De koppenmaat moet ervoor zorgen dat het metselwerk uiteindelijk uitkomt op ten minste een halve steen (= kop). Daarvoor wordt op een lat van een paar meter, zoveel maal de maat van een kop plus stootvoeg afgetekend. Telkens na beëindiging
van een laag metselwerk wordt de koppenmaat opnieuw met een krijtje op deze laag uitgezet.

Spouwmuren
Buitenmuren – vooral van woningen – zijn over het algemeen uitgevoerd als spouwmuur, meestal in halfsteens metselwerk. Beide muurhelften zijn gescheiden door een luchtspouw van circa 10 cm. Hierdoor blijft de binnenspouwmuur droog; er is geen kans op regendoorslag. De binnen- en de buitenmuur zijn door middel van spouwankers met elkaar verbonden, aangezien halfsteens metselwerk
 niet ongestraft tot grote hoogte kan worden opgemetseld.
Als tussen twee woningen een ankerloze spouwmuur is voorgeschreven, dan zullen deze muren dus dikker moeten zijn dan halfsteens. Aangezien de spouw hier niet hoeft te dienen om regenwater af te voeren en isolatiemateriaal te bevestigen, kan volstaan worden met een smallere spouw.

Gevelbekledingen
Naast het traditionele metselwerk, de genoemde afwerking van gasbetongevels en de (hoofdzakelijk) houten woningen, worden gevels ook wel gedeeltelijk bekleed met natuursteen, elementen van sierbeton en profielen van aluminium en kunststof. In enkele gevallen zie je aan de gevel van een woning geëmailleerd stalen tegels, hardglazen elementen en glazen bouwstenen.

Houtbouw
Naast de houtstapelbouw, een Scandinavische methode, is er de traditionele manier die in Nederland al eeuwen wordt toegepast. Een houten skelet wordt opgetrokken op gemetselde fundamenten. Dit skelet wordt met houten planken betimmerd. Dit kunnen zogenaamde kraaldelen zijn, brede delen met een profielrand die in elkaar geschoven worden met messing en groef, die meestal horizontaal, maar soms ook verticaal worden
bevestigd. Een andere methode is potdekselen; het dakpansgewijs over elkaar spijkeren van vaak ongeschaafde planken. Hiervoor wordt meestal grenen- of vurenhout gebruikt. Ook aan de binnenzijde wordt het skelet met hout betimmerd.