Wat met die ramen in huis?

Verschenen op 07/10/2014 in de rubriek Ruwbouw -> Ruwbouw en afbraak

Kozijnen
Onder het kozijn verstaan we het totale element waarmee een gevelopening is gevuld. Naast ramen en deuren – de zogenaamde bewegende delen –zijn de voornaamste onderdelen de ruit of het glas en de borstwering. Het kozijn zelf is doorgaans van een ander materiaal dan glas, dat bij het isoleren van het raam niet mag worden vergeten. De naad tussen kozijn en metselwerk is de stelnaad, die minimaal moet zijn om het kozijn goed sluitend in de gevel te laten passen. De buitenwerkse maat is de kozijnmaat, en de opening in het metselwerk wordt steendag genoemd. De dagmaat is de door-laatopening in het kozijn – exclusief de sponning – waarin de deur of het raam beweegt. Tenslotte geeft de inbouwmaat de afmeting van het kozijn aan wanneer dit in een stelkozijn is gemonteerd. Het stelkozijn wordt in plaats van het definitieve kozijn ingemetseld, waarna het definitieve kozijn tijdens de afbouw - compleet beglaasd en voorzien van hang- en sluitwerk – in het stelkozijn wordt gemonteerd.

Soorten ramen
Om aan te geven hoe bepaalde onderdelen bewegen, hebben ramen en deuren diverse benamingen. Wat de deuren betreft liggen die voor de hand: voordeur, buitendeur, binnendeur, balkondeur, schuifdeur. Bij ramen ligt dit echter ingewikkelder. Een stolpraam bijvoorbeeld, bestaat uit twee ramen, die zonder tussenstijl tegelijk geopend kunnen worden (zie ook beschrijving stolpdeur). Een tuimelraam tuimelt letterlijk om zijn horizontale as. Terwijl een taatsraam verticaal draait, waarbij een gedeelte buiten de gevel steekt. Een draaikiepraam draait en kiept, dat wil zeggen: bij een bepaalde stand van het raamboompje draait het naar binnen of naar buiten en bij een andere stand kiept het achterover. Bij dergelijke gecompliceerde ramen hoort het hang- en sluitwerk uiteraard van zeer goede kwaliteit te zijn.

De keuze van het materiaal
Kozijnen worden hoofdzakelijk gemaakt van hout, aluminium en kunststof. Er bestaan ook stalen kozijnen, maar die worden tegenwoordig niet meer toegepast in de woningbouw. Incidenteel komen roestvaststalen kozijnen voor. Houd er bij het bepalen van de soort en de kleur rekening mee dat de Welstandscommissie kan ingrijpen. Heeft de hele straat houten kozijnen, dan zou het kunnen dat de Welstandscommissie niet toestaat dat jij als enige aluminium kozijnen neemt.
Welke keuze je ook maakt, kies altijd voor kwaliteit. Let daarbij op houtzwaarte, profieldikte, verbindingen, verstevigingen, glasdikte en afwerking.
Want het vervangen van kozijnen is een arbeidsintensieve en vooral ook erg kostbare aangelegenheid. Diverse fabrikanten beschikken over kwaliteitscertificaten en/of geven bepaalde garanties. Eén en ander dient uiteraard wel schriftelijk te worden bevestigd.

De klassen in houtsoorten
Hout kun je in twee hoofdgroepen verdelen: loofhout en naaldhout, waarbij loofhout over het algemeen de langste levensduur heeft.
Hout heeft diverse goede eigenschappen: het is natuurlijk, levendig, sterk, en taai. Maar het bevat ook een wisselend vochtgehalte. Dat heeft tot gevolg dat hout bij vochtverlies krimpt, en bij vocht weer zwelt. Door die wisseling kan scheurvorming optreden. Dat hoeft niet altijd ernstig te zijn, maar het is beslist niet fraai om te zien.
De duurzaamheid van hout is uitgedrukt in klassen I t/m V, waarbij klasse I zeer duurzaam is en klasse V zeer weinig duurzaam.
Wat het naaldhout betreft komen de volgende houtsoorten in aanmerking: vuren (klasse IV), grenen (klasse III), lariks (III), oregon-pine (III) en redwood (I).
Wat het loofhout betreft komen de volgende houtsoorten in aanmerking: eiken (II-III), teak (I), mahonie (II), wengé (I), kambala (I), afzelia (I), yang (III) en meranti (II-III). Houten kozijnen moeten in principe worden afgewerkt. Alleen kozijnen uit de houtsoorten klasse I en II kun je onbewerkt laten. Op naaldhout kun je het best een dekkende beits of hoogglanslak toe passen. Op loofhout kunnen transparante beitsen en lakken en hoogglansdekverf worden gebruikt. Dekkende verf geeft een bijzonder strak en glad uiterlijk, maar verhult de structuur van het hout. Het is raadzaam de kozijnenfabrikant om een verfadvies te vragen, want het verven en lakken moet om de zoveel tijd herhaald worden.
Als je tropisch hardhout wilt gebruiken, maar eigenlijk uit milieu-overwegingen twijfelt, kun je het beste tropisch hardhout nemen dat gewonnen is uit zogenaamde productiebossen. Daar worden gekapte bomen vervangen door nieuwe aanplant. Hout dat op die manier wordt geproduceerd is
voorzien van het keurmerk van de FSC, de Forest Stewardship Counsel, een organisatie die de wijze van produceren controleert. Ook komt de houtsoort robinia steeds meer in de belangstelling te staan. Robinia is een middelharde houtsoort die in Europa, ook in Nederland, wordt geproduceerd.

Aluminium
Aluminium is een licht metaal dat zich gemakkelijk laat vormen en toch sterk is, zodat smalle profielen mogelijk zijn. Bovendien vraagt aluminium nauwelijks onderhoud, roest het bijna niet en is het erg
buigstijf. Helaas zijn er ook minder goede eigenschappen. Zo heeft aluminium een slechte warmteisolatie (koudebruggen) en zet het uit onder invloed van zonnewarmte. Daarnaast kan het aangetast worden door cementstof en vogelpoep. Ook kan het niet zonder meer gecombineerd worden met lood, koper, nikkel en ijzer. Daardoor kunnen bijvoorbeeld geen loodslabben rond het raam worden aangebracht.
De warmte-isolatie kan worden verbeterd door toepassing van koudebrug-onderbrekingen: dit is een isolatie van kunststof tussen binnen- en buitenschil. Een nadeel van ongeisoleerde profielen is namelijk de condensvorming, zelfs op dubbelglas. Om de constructie goed te houden is geen oppervlakte-afwerking nodig. Wel wordt de oorspronkelijke kleur onder de invloed van zonlicht grauw. Om dit te voorkomen worden de profielen geanodiseerd of voorzien van een poedercoating. Anodiseren geeft een langere levensduur; er vormt zich een kunstmatige oxydehuid. Deze is glashard en geeft bescherming tegen de meeste chemicaliën. Moffelen heeft als voordeel dat dit in alle kleuren mogelijk is, in tegenstelling tot anodiseren waarbij de kleuren zich beperken tot blank, verschillende bronskleuren en zwart.

Kunststof
Kozijnen van kunststof worden hoofdzakelijk opgebouwd uit holle profielen van slagvast pvc. Daarnaast worden op bescheiden schaal met glasvezel versterkte materialen of polyurethaan toegepast. Ook combinaties van bijvoorbeeld aluminium met kunststof, of hout met kunststof komen voor. Door de vormgeving van de profielen kunnen zeer goede afdichtingen worden gecreëerd. Omdat kunststof een slechte warmtegeleider is, is de thermische isolatiewaarde hoog. De profielen hebben meestal twee of drie kamers of holtes, waarbij de laatsten het voordeel hebben dat de buitenste kamer gebruikt wordt voor afvoer van vocht, zodat twee kamers overblijven voor isolatie. Het enige nadeel is dat daardoor wel kleinere kamers ontstaan, zodat het noodzakelijke metalen verstijvingsprofiel (meestal thermisch verzinkt bandstaal) dikker moet zijn. Bij purprofielen komt de verstijving ook tot stand met glasvezelstaven. Kunststof gevelelementen hebben een zeer lange levensduur. Kunststoffen vertonen – al naar gelang hun aard – neiging tot veroudering onder invloed van zuurstof, temperatuur en UV-straling. Door toevoeging van stabilisatoren kan dit dusdanig worden vertraagd dat deze veroudering geen probleem hoeft te vormen.